Tips & tricks: Maak zelf slaatjes in een bokaal

jar-salads-series

Plots waren ze er. Die ‘salads in a jar’, kleurrijke slaatjes die in laagjes in een glazen bokaal worden gestapeld. Makkelijk om mee te nemen naar het werk, naar school of op een picknick. Dit is ook een slimme manier om allerlei restjes te verwerken. Hoe maak je 101 bokaalslaatjes die altijd smakelijk en knapperig blijven? Met deze tips lukt het zeker!   Wat heb je nodig voor slaatjes in een bokaal? Logisch: begin met de juiste bokalen bij elkaar te zoeken. Let wel: best met een brede bovenkant (zodat je ze makkelijk kunt vullen) én een goed sluitend draaideksel. Je kunt ook bokalen van groenteconserven hergebruiken. Was ze vooraf goed uit met heet water waarin je enkele sodakristallen hebt opgelost. Naspoelen. Klaar!   Bokaalslaatjes zijn herkenbaar aan de opeengestapelde laagjes, mooi om te zien. Als je wilt dat het slaatje knapperig en smakelijk blijft, moet je ervoor zorgen dat de laagjes in de juiste volgorde gestapeld worden. Basisprincipe: stevige groenten zoals komkommer-, tomaat- of wortelschijfjes vormen een dam tussen de dressing en zachtere groentesoorten. Op die manier kunnen die niet doorweekt en slap worden.

Voorbereiding:

was en snijd al je ingrediënten vooraf in schijfjes of blokjes. Rauwe of voorgegaarde groenten? Jij kiest. Avocado (bijvoorbeeld) is overheerlijk in zo’n slaatje, maar verkleurt ook snel. Druppel er dus wat citroen- of limoensap over. Maak een dressing: bijv. een vinaigrette of een yoghurtsausje met verse kruiden. En nu: starten met stapelen.

Laag 1: dressing

Doe altijd de dressing onderin de bokaal. Zo raken de groenten en andere ingrediënten niet doorweekt. Bokaalslaatjes blijven tot vijf dagen goed, dus kun je ze gerust in het weekend maken voor de weeklunches en bewaren in de koelkast.

Laag 2: stevige groenten

Komkommer, tomaat, rode ui, broccoli- en bloemkoolroosjes, wortel, paprika, venkel, …

Laag 3: zachte groenten

Bonen, champignons, courgetteschijven, prinsessenboontjes, maïskorrels, avocado + citroen, …

Laag 4: pasta, rijst, couscous, quinoa, aardappeltjes, …   Laag 5: proteïne

Hier komt vlees, kip of vis, eitjes, diverse soorten kaas (feta, mozzarella, goudablokjes, blauwe kaas, …)

Laag 6: afsluiten doe je met knapperige sla, nootjes, rozijntjes, pijnboompitten of zaden.

Op basis van die opbouw kun je haast eindeloos gaan variëren. In een volgende blogpost geven we hier enkele ideetjes mee.

Hoe eet je zo’n slaatje? Open de bokaal en keer de inhoud om op een bord, zodat de dressing erin kan dringen. Voorzichtig mengen en… genieten maar!

Share this entry

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *